|
![]() |
![]() |
![]() |
|||||||
![]() |
|
![]() |
|||||||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
![]() |
Omdat de schietsport vele facetten kent en wij u slechts een paar daarvan kunnen tonen geven wij u, de lezer van deze pagina, graag de gelegenheid om zelf ook iets te vertellen. Onze geheel vernieuwde internetsite biedt meer ruimte dan wij zelf kunnen vullen en dat opent nieuwe perspectieven. Wij zijn dol op leuke verhalen, anekdotes of bijzondere wetenswaardigheden omtrent de schietsport. Heeft u iets in die trant te melden en wilt u dit met ons delen, mail dan naar: ingezonden@eendracht.net. Wij zullen het objectief beoordelen. Wellicht treft u binnenkort hieronder uw artikel aan. Artikel 3, 14 januari 2012. Archeologische opgraving Sv De Eendracht Barneveld Zaterdag 14 januari a.s. zullen de archeologische opgravingen bij de Schietsportvereniging De eendracht worden afgerond. I.v.m. nieuwbouw naast het bestaande verenigingsgebouw werd in allerijl nog een verkenning uitgevoerd van de bodem omdat er vermoedens waren gerezen dat er zich nog resten van een oud Romeins watertransportsysteem in de bodem zouden bevinden.
Nadat door een erkende wichelroede expert de bodem was gescand was men in de volle overtuiging dat het zich hier inderdaad handelde om mogelijke ‘resten’ van een watertransportsysteem die wellicht zouden kunnen worden teruggevoerd tot aan de Romeinse tijd. Met de gebruikelijk voorzichtigheid die met dit soort onderzoek gepaard gaat is de bodem opengelegd in de hoop dat de bodemschatten andermaal het licht zouden kunnen zien. Tot de grote verbazing van de betrokken graaflieden werd na aanvankelijk niets dan boomwortels te hebben gevonden inderdaad een watertransportsysteem blootgelegd. Helaas bleek deze gedateerd te moeten worden tot enkele millennia na het vertrek van de laatste Romeinen uit deze streek. Het blootleggen bleek dan ook met een dermate enthousiasme te zijn gebeurd dat de rechtmatige eigenaren (Vitens) binnen 15 minuten aanwezig waren om zich over hun eigendom te ontfermen. Gelukkig bleek de aangerichte schade beperkt tot directe omgeving van wat dus een waterleiding bleek te zijn. Deze was indertijd met een extra ‘lus’ van enkele meters aangelegd en bevond zich dan ook geheel buiten de op de officiële kaarten aangegeven locatie. Om het zekere voor het onzekere te nemen heeft men bij Sv De Eendracht besloten om gedurende de opgravingen de bodem zo nat mogelijk te houden teneinde eventuele vondsten die tot dan toe dus onder water hadden gelegen tegen uitdrogen te behoeden. Zaterdagochtend zal kortstondig de bodem alsnog droog komen te liggen d.m.v. het wegpompen van het water waarna zo snel mogelijk de ontstane geulen zullen worden volgestort met zgn. ‘wit zand’ dat uiteindelijk zal dienen als onderlaag voor de fundamenten van de nieuwbouw. Eventuele geïnteresseerden worden opgeroepen zich zaterdagochtend rond 9:00 uur te melden bij de schietaccomodatie aan de Thorbeckelaan 113. Gelieve een spade en overal mee te nemen. Voor broodjes en koffie zal worden gezorgd door de 2e penningmeester. m.v.g. R.E. Tammes Voorzitter. Artikel 2, Henk, 31 december 1971. Eerste kennismaking met de Eendracht, 1971. ‘De vereniging had zijn optrek in Café Vinkenburg. In een bruin berookte gelagkamer hield een groep ouderen zich bezig met keuvelen, enige vredige groepjes met kaarten - klaverjassen naar ik later begreep - en een aantal wat minder ouderen en vredigen met andere aktiviteiten aan de bar. Af en toe verdween een der aanwezigen geheimzinnig door een deur rechts naast de toog, om er na verloop van tijd weer opgeruimd, of mistroostig door te verschijnen. Nee, het toilet bevond zich aan de linkerzijde van de bar. Ik werd ontvangen door ene Leen Huisman, een vriendelijke oudere man; naar ik later vernam, de secretaris. Om lid te mogen worden, zou ik moeten worden geballoteerd, maar als ik binnen de groep paste en vroeger geen lid van de NSB was geweest, zou dat wel een hamerstuk worden. Over dat laatste lidmaatschap maakte ik me niet al teveel zorgen, daar die ‘vereniging’ eigenlijk al ver vóór mijn jeugd wegens gebrek aan belangstelling was opgeheven. Maar of ik wel binnen de gesloten Barneveldse gemeenschap zou passen? tja, er werd wel links en rechts met een schuins inheems boerenoog naar de stadse indringer geloenst. Maar bij nadere kennismaking viel het aan beide kanten allemaal wel mee. Ik was wel een van de jongste! Cees Mastenbroek was in die tijd de voorzitter. In het achterzaaltje werd geschoten met de buks; tegenwoordig zeggen we klein kaliber. De zaal was volledig verduisterd, de schijven fel verlicht. Ene Jan Bekebrede legde mij de techniek uit: ‘Je gaat zo zitten, kussen onder je been; je kijkt door dat gaatje en dan trekt je voorzichtig aan dit ijzertje. Deze knopjes mag je niet aankomen; het geweer is ingeschoten. Ja, prima zo, dat gaat goed’. Pas veel later kwam ik er achter dat de Barneveldse ‘ inschieter’ een stevige afwijking naar links-hoog had. Het baantransport bestond uit een oud fietswiel met één versnelling, waarmee de kaart handmatig langs draden heen en weer werd bewogen. Een of twee proefkaarten, en daarna twee kaarten voor de serie. ’t Ging, in de 70. Na het schieten ontspannen aan de bar of aan de kaarttafel. Op het eind van de avond werd de baan afgebroken en de spullen weer opgeborgen tot de volgende maandagavond. Vanaf mei werd ook buiten geschoten. Rond 18.00 uur verzamelde vrijwel de volledige vereniging zich bij Vinkenburg voor, en dan ging het met z’n allen naar de Harskamp. De enkele laatkomer kwam na met eigen vervoer; nieuwkomers konden meerijden. Er werd geschoten op baan Echo, ISK. De vereniging kreeg toen nog begin elk jaar een aantal geweren van Defensie met bijbehorende munitie; in het najaar moesten deze weer worden ingeleverd (formeel elke week). Het doel van de vereniging was toentertijd nog statutair ‘het verhoogen van ’s-lands weerbaarheid’. Het geweer was het Amerikaanse legergeweer, de Garand M1, kaliber .30–06, een stevige patroon, in die tijd ‘nationaal geweer’ geheten. Slechts één man beschikte over een eigen geweer, een oude K98, zelf omgebouwd met een diopter en een ringkorrel. Er werd op 100 meter geschoten; de schijf was de schijf Loosduinen, dat wil zeggen de 300-m schijf, met een witte cirkel (ø 10 cm) voor de tien. Drie stuks borden, bediend door een volijverig kuilcorvee. Bij tijd en wijle, toch wellicht met wat minder animo dan voor het schieten zelf, afgewisseld door de volgende ploeg enthousiaste kuilers. Ieder wachtte in volgorde van anciënniteit en binnenkomst op z’n beurt, 2 proef en vervolgens 10 wedstrijdschoten. Er werd bij een wantreffer niet overgeschoten, eigen schuld, dikke bult. En het gebruik van gehoor-beschermers was nog geen algemeen goed; daar werd nog wat lacherig over gedaan, hoewel ‘zonder’ je oren de gehele avond nog nasuisden. Na de Harskamp weer terug naar Vinkenburg, waar dan nog sporadisch binnen werd geschoten. Meestal bleef het bij nakaarten, de heel fanatieken daargelaten. Van oudsher was binnen schieten eigenlijk gereserveerd voor de wintermaanden, wanneer de van ’s-Rijkswege verstrekte geweren waren ingeleverd en men toch wilde oefenen in het belang van ’s-lands weerbaarheid’. Artikel 1, Lonneke, dinsdag 6 september 2011. “Schieten? Hoe kom je daar nou weer bij?!” Is ongeveer de standaard reactie die ik, als jonge vrouw, te horen krijg als ik vertel over mijn pasontdekte hobby. Tja, ik heb ook nooit echt de ambitie gehad om te gaan schieten, maar heb wel altijd het idee gehad dat ik dat wel zou kunnen. Juist omdat ik met maar één oog zie, had ik het idee daar voordeel mee te hebben. Maar ja, lekker makkelijk praten als je nog nooit een geweer of pistool in je handen gehad hebt. Op de schietvereniging kwam ik per ongeluk terecht. Een vriendin had eens meegedaan met een promotieactiviteit op ‘De Eendracht’ en kreeg naar aanleiding daarvan de uitnodiging eens te komen kijken op de woensdagavond. Zij sleepte mij mee en daar kwamen de dametjes aan op de schietvereniging. Ik was er nog nooit geweest en kwam tot de verbijsterende ontdekking dat in het gebouw waar ik al mijn hele leven langsfietste, niet een bridgeclubje, maar een heuse schietvereniging was gevestigd. Wij kwamen voor de gezelligheid, een drankje en een praatje, maar dat bleek niet genoeg. Als de dames komen kletsen, moet er ook worden ‘gewerkt’. En daar stond ik dan, met een geweer waarvan ik nog net wist waar de voor- en de achterkant zat en het idee dat ik ‘vast talent zou hebben met mijn oogafwijking’. Wat was dat een fantastische ervaring! Uit de droom van het voordeel door mijn ogen was ik al snel. Dit bleek dus niet het geval, ik schoot net zo beroerd als iedere beginner, maar oh, wat vond ik het leuk! De woensdagen erna was ik er weer, stipt om half 9, iedere week opnieuw. Om een kwartiertje les te krijgen van Herman in de basisvaardigheden en daarna de baan op. 12 meter baan, 50 meter baan, geweer, karabijn, pistool, staand, knielend of liggend om te proeven aan alles wat mogelijk is, wat het leukst is of wat je het best kunt. Het ‘gevecht’ wat je voert met jezelf, om te zorgen dat je patroon iedere keer precies terecht komt waar jij hem hebben wil. Met oordoppen op in je eigen wereld, met hoge snelheid gaatjes in een kaart op 12 meter afstand maken. Het klinkt gek, maar diezelfde uitdaging ga ik iedere week weer aan en het wordt iedere week leuker. Het enige waar ik qua schietsport niet op had gerekend, maar dat zal niet voor iedereen opgaan, is dat het lichamelijk best zwaar is. Daar had ik nooit een seconde over nagedacht. Dat je op je buik, in een houding die je thuis niet zou bedenken om in te gaan liggen, met een geweer van een paar kilo dat ‘gevecht’ met jezelf ligt te voeren. De eerste paar keer dat ik dit had gedaan, kon ik de volgende dag niet meer lopen van de spierpijn, maar ook dit wordt iedere keer minder. Samen met een beetje krachttraining moet dit ook helemaal goed gaan komen. Op een gegeven moment ben je op zo’n avond uitgeschoten en beland je met een borreltje aan de bar. Wat heb ik me welkom gevoeld op deze vereniging. Vanaf dag één. Letterlijk iedereen is belangstellend, voor je schietprestaties, maar vooral ook voor jou als persoon. Het mag dan wel een mannenwereld zijn, maar ik als vrouw voel me tussen al die mannen helemaal thuis. Er wordt slap geouwehoerd, maar er worden ook gesprekken gevoerd die het ‘voetbalkantineniveau’ ver overstijgen. Dus het is niet alleen een beetje schieten en dan naar huis, nee, het is een avondvullende fijne bezigheid en iedere week zie ik er weer naar uit. |
![]() | ||
![]() |
![]() |
![]() |
|||||||
![]() |
|
![]() |
|||||||
![]() |
![]() |
![]() |
|||||||